Samenvatting Inleiding “De gevolgen voor de armoedebestrijding en cliëntenparticipatie” door Victor Lizama
Victor Lizama houdt in plaats van mevrouw Ans Pelzer een korte inleiding. De centrale vragen van zijn inleiding luidden:
- Wat zijn de perspectieven voor de armoedebestrijding in het licht van de diepgaande veranderingen in de verzorgingsstaat en in het licht van de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)?
- Zal de cliëntenparticipatie een effectief instrument blijven in het bestrijden van armoede?
- Op welke manier moet de cliëntenparticipatie georganiseerd worden?
Perspectieven armoedebestrijding
In de publicatie van het SCP ‘De verzorgingsstaat herwogen’ worden vier functies van de verzorgingstaat centraal gesteld: verzorgen, verzekeren, verheffen en verbinden. Er wordt gesteld dat de verzorgingsstaat tot nu toe het accent heeft gelegd op de functies verzorgen en verzekeren. Dit zou neer komen op het belemmeren van mensen in het nemen van initiatief en eigen verantwoordelijkheid. Vanaf nu zou het accent op de functies verheffen en verbinden moeten gaan liggen om mensen te prikkelen zodat ze initiatiefrijker worden en meer verantwoordelijkheid dragen in het oplossen van hun eigen zaken. De WMO heeft als doel vorm te geven aan deze veranderingen in de verzorgingsstaat. Verbinden staat hier centraal.
Deze visie – met de invoering van de WMO wordt deze visie een feit – ontkent de facto dat de actieve maatschappelijke participatie van (groepen) mensen samenhangt met het beschikken van voldoende middelen van bestaan en fatsoenlijk leven evenals dat een groot deel van de mensen die afhankelijk van een uitkering zijn werk geen oplossing biedt. Ook moet gezegd worden dat deze visie van verzorgingsstaat het idee van participatie, verbinden – vorm geven aan de civil society in een woord -worden – ingevuld, via de WMO bijvoorbeeld als een beheer dan wel functioneel middel en niet vanuit een burgerschapsperspectief. Deze ideeën staan haaks op wat de armoedebeweging in de laatste 10 jaar ontwikkeld heeft.
In het licht van deze ontwikkeling zal de strijd van de armoedebeweging, van uitkeringsgerechtigden, van mensen die een minimumloon verdient niet makkelijker worden. De armoedebeweging dient deze ontwikkelingen, op alle niveau’s, op de voet te volgen om het werk op alle niveau’s – landelijk, provinciaal en vooral lokaal – zowel inhoudelijk als organisatorisch adequaat te organiseren.
Cliëntenparticipatie
Cliëntenparticipatie blijkt een effectief middel te zijn om het lokaal sociaal beleid te beïnvloeden. De praktijk leert dat de effectiviteit van cliëntenparticipatie sterk afhangt van de inzet en deskundigheid van de organisatie – cliëntenraad, platform – die inhoud en vorm geeft aan de cliëntenparticipatie op lokaal niveau. Voor de inhoud wordt naar het Manifest ‘Meetellen en meedoen’ verwijsd.
Men zou kunnen stellen dat in de toekomst – gezien de geschetste veranderingen hierboven en de complexiteit die zal optreden als gevolg van de nieuwe wetgeving – de eisen aan de cliëntenraden en platforms alleen maar zullen toenemen. Deskundigheidsbevordering dient veel aandacht te krijgen. De provinciale functie zoals die van de Stichting Gelderse Aanpak wordt daarmee nog belangrijker.
Organisatie van cliëntenparticipatie
Afhankelijk van de lokale ontwikkelingen moet – per geval – bekeken worden op welke manier de cliëntenparticipatie vorm moet krijgen. Het criterium dient te zijn dat de belangen van de mensen waar het omgaat op een effectieve manier behartigd kunnen worden. Gezien het feit dat er steeds minder ruimte is om het beleid werkelijk te kunnen beïnvloeden moet de bundeling van krachten - de samenwerking tussen diverse lokale groeperingen die zich bezig houden met armoedebestrijding – veel aandacht krijgen. In dit kader wordt het idee van lokale allianties weer actueel. Denken aan nieuwe vormen van beleidsbeïnvloeding dient ook ruimte te krijgen.
Conclusies
- Armoedebestrijding moet op alle niveau’s en op een zo gecoördineerd mogelijke manier gebeuren. Het accent moet echter gelegd worden op gemeentelijk niveau. Hiervoor dienen alle mogelijkheden die het gemeentelijke beleid biedt zo goed mogelijk benut te worden.
|