|
Inleiding
Gelderse Aanpak is een zelforganisatie die als doel heeft het behartigen van de maatschappelijke belangen van mensen die van een minimum inkomen moeten leven. Ze doet dat vanuit een drietal grondideeën, die in dit document beknopt weergegeven worden. Deze basisideeën vormen de beginselen of principes van de organisatie.
1. Armoede
Armoede is niet van de laatste jaren en doet zich niet alleen in arme landen voor, maar ook in rijke landen zoals Nederland. Armoede is, in de kern, een tekort aan inkomen met sociale uitsluiting als belangrijkste gevolg. Rijkdom en armoede zijn twee kanten van dezelfde medaille in een samenleving die functioneert op basis van principes van concurrentie en winstbejag. Om die reden zijn er geen definitieve oplossingen voor handen, wel mogelijke correcties. Dat is wat de verzorgingsstaat doet met het sociale stelsel.
Gelderse Aanpak streeft naar een sociaal stelsel dat mogelijk maakt dat niet-werkende mensen of mensen met een minimum inkomen op een waardige manier kunnen leven en actief in de samenleving kunnen participeren.
In Nederland heeft meer dan één miljoen mensen te maken met armoede, waaronder meer dan 300.000 kinderen. Dit aantal neemt steeds toe. Gezien het aantal en de effecten voor de direct betrokkenen en de samenleving vormt deze situatie een maatschappelijk probleem dat de hele samenleving aangaat. Zeker als men uitgaat van een samenleving die alle vormen van uitsluiting tegen wil gaan.
2. Burgerschap
Burgerschap is een status die een persoon bezit als inwoner van een land. Burgerschap veronderstelt echter rechten en plichten. Alle burgers hebben daarom rechten en plichten. Maar om gebruik van deze rechten te kunnen maken en om aan de plichten te kunnen voldoen moet een individu als burger erkend zijn en beschikken over voldoende middelen om als zodanig te kunnen handelen. Burgerschap is dus niet vanzelfsprekend voor iedereen. Er zijn vele mechanismen, soms verborgen, die de toegang tot maatschappelijke voorzieningen en besluitvorming - voor sommigen meer dan voor anderen - in de weg staan. Hierdoor dreigt burgerschap niet voor iedereen en op dezelfde manier te gelden. Formeel zijn alle rechten voor iedereen bereikbaar, feitelijk niet. In de praktijk blijkt dat er mensen zijn die minder rechten hebben dan anderen. De overheid heeft bovendien de neiging om bij deze burgers de plichten zwaarder aan te zetten dan de rechten. Het langdurig aangewezen zijn op een minimuminkomen verschraalt het leven zo dat mensen geen echte aandacht meer kunnen hebben voor iets anders.
Daar is geen sprake meer van volwaardig burgerschap.
Burgerschap veronderstelt immers een actieve deelname aan de essentiële sferen van het maatschappelijke leven en zeggenschap in de vormgeving van de samenleving. Mensen die voortdurend in onzekerheid verkeren over hun materiële bestaansvoorwaarden kunnen geen volwaardige inhoud geven aan het burgerschap. Dat genereert isolement. Mensen die in het isolement (dreigen te)raken kunnen niet volwaardig deelnemen aan de samenleving. Omdat iedereen een volwaardige burger moet zijn moet ook armoede en sociale uitsluiting bestreden worden.
3. Armoedebestrijding door volwaardig burgerschap
Gelderse Aanpak streeft naar een volwaardig burgerschap voor alle individuen. Om die reden is armoedebestrijding een principiële kwestie. Het programma ter bestrijding van armoede van Gelderse Aanpak behelst de volgende punten:
- Verbeteren van inkomen.
- Maatschappelijke participatie.
- Medezeggenschap.
|