SCHOLINGSPROGRAMMA 2005
De stichting Gelderse Aanpak organiseert in 2005 de onderstande cursussen voor leden van cliëntenraden en -groepen in Gelderland.
|
Cursus |
Datum | Plaats |
|
1. Beleidsbeïnvloeding in een duaal stelsel |
06 jan |
Arnhem |
|
2. Beginnende cliëntenraden |
27 jan |
Zutphen |
|
3. Beleidsbeïnvloeding in een duaal stelsel |
03 mrt |
Doetinchem |
|
4. Klantgericht denken en handelen |
17 mrt |
Arnhem |
|
5. (Lokale) samenwerking |
14 apr |
Arnhem |
|
6. Intergemeentelijke samenwerking |
28 apr |
Nijmegen |
|
7. Lezen van beleidstukken |
26 mei |
Arnhem |
|
8. Reïntegratietrajecten |
09 jun |
Doetinchem |
|
9. Bejegening |
08 dec |
Arnhem |
Toelichting op de cursussen
1. Beginnende cliëntenraden
In art. 47 van de WWB staat dat gemeenten een verordening op de cliëntenparticipatie moeten opstellen. In gemeenten waar cliëntenparticipatie nog niet geregeld is, biedt dat mogelijkheden om dat wel te organiseren door bijvoorbeeld een cliëntenraad op te richten. Cliëntenparticipatie houdt zich overigens vooral bezig met (diverse vormen van) beleidsbeïnvloeding. Deze cursus biedt aan beginnende cliëntenraden inzicht in belangrijke aspecten van het samenstellen en functioneren van (beginnende) cliëntenraden. Belangrijke aspecten hierbij zijn: rechten en plichten van een cliëntenraad, samenstelling, taken, reglement en condities om goed te kunnen functioneren.
2. Beleidsbeïnvloeding in een duaal stelsel
Cliëntenparticipatie houdt zich vooral bezig met (diverse vormen van) beleidsbeïnvloeding. In deze cursus worden grondideeën ten aanzien van beleid en beleidsbeïnvloeding behandeld. Aan de hand van recent onderzoek en ervaringen wordt voorts ingegaan op de invloed van een duaal stelsel op cliëntenparticipatie op gemeentelijk niveau. Centraal in deze cursus staan de instanties in de gemeente en de manier waarop zij benaderd dienen te worden in elke fase van het beleidsproces om het beleid te beinvloeden.
3. Klantgericht denken en handelen
Klantgerichtheid is in. De organisaties moeten klantgerichter gaan werken. De leden van organisaties moeten daarom klantgericht leren denken en leren handelen. In deze benaderingswijze gaat het er om dat klanten tevreden gesteld moeten worden, zodat ze vaste ‘aannemers’ van de ‘producten en diensten’ van de organisatie worden en blijven.
Wat zijn de producten en diensten die een cliëntenraad of –groep aanbiedt? Wie zijn de klanten van een cliëntenraad of –groep? Wat is de zin (meerwaarde) en onzin (beperkingen) van deze benaderingswijze tussen organisatie en betrokkenen? Aan de hand van theorie en praktijk wordt de meerwaarde van deze benadering voor cliëntenparticipatie behandeld.
4. (Lokale) samenwerking
In het werk van cliëntenraden en –groepen is het van belang dat lokale organisaties gezamenlijk optrekken. Deze cursus gaat in op inzichten en vaardigheden die nodig zijn om een dergelijke samenwerking tot stand te brengen en in stand te houden. Centrale vragen hierbij zijn: op basis van welke grondideeën werken organisaties samen? Hoe zorg je ervoor dat elke organisatie tot zijn recht komt in de samenwerking? Wat zijn valkuilen die de samenwerking belemmeren en welke mogelijkheden zijn er om deze valkuilen te vermijden? Hoe zou de cliëntenraad moeten functioneren om de samenwerking tussen lokale groepen te bevorderen?
5. Intergemeentelijke samenwerking
Met de invoering van de WWB (en zo dadelijk bij de WMO evenzeer) komt intergemeentelijke samenwerking steeds meer voor. Veel gemeenten zijn te klein om de uitvoering van de sociale zekerheid alleen uit te voeren en besteden die daarom uit of werken samen met een aantal buurgemeenten. In deze cursus wordt ingegaan op vragen waarmee lokale groepen dan te maken krijgen: wat is je positie als gemeentelijke cliëntenraad in deze ‘intergemeentelijke samenwerking’? Hoe verhoud je je tot andere cliëntenraden of hoe ga je te werk bij een fusie van gemeenten en cliëntenraden? Hoe is de intergemeentelijke samenwerking geregeld? Wie zijn verantwoordelijk en aanspreekbaar voor het beleid en de uitvoering ervan onder condities van ‘intergemeentelijke samenwerking’?
6. Bejegening
Een van de belangrijkste thema’s in de sociale zekerheid is: bejegening. In de uitvoering van de WWB is in toenemende mate sprake van controle en ‘dwang en drang’. Dat kan gevolgen hebben voor de wijze waarop mensen behandeld worden. Een cliëntenraad of –groep krijgt direct of indirect te maken met deze gang van zaken. In deze cursus wordt ingegaan op vragen als: in hoeverre zijn er veranderingen doorgevoerd in de WWB die effecten hebben op de wijze waarop mensen bejegend worden? Hoe kan een cliëntenraad het thema ‘bejegening’ aan de orde stellen? Hoe kan er worden omgegaan met verhalen in de sfeer van bejegening?
7. (Snel)lezen van beleidsstukken
Cliëntenraden worden vaak bedolven onder gemeentelijke nota’s en beleidsstukken waarop ze moeten reageren. De termijn waar binnen dit moet gebeuren, is vaak erg kort. In de cursus wordt geleerd hoe je dergelijke stukken op een snelle manier kunt beoordelen. Welke stukken zijn de moeite waard om helemaal te lezen en hoe krijg je snel zicht op de inhoud? Hoe lees je zo’n stuk effectief? Wat vind je er vervolgens van? Hoe doorgrond je de gedachtengang achter een (beleids)stuk?
8. Reïntegratietrajecten
Reïntegratie naar de arbeidsmarkt staat centraal in de WWB. Gemeenten bieden mensen die een bijstandsuitkering hebben een reïntegratietraject aan, met als doel de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Gemeenten maken daarbij gebruik van reïntegratiebedrijven. De cursus gaat in op een aanbestedingstraject en de manier waarop een aanbesteding beoordeeld kan worden. Ook worden enkele praktijkvoorbeelden gegeven van offertes en hoe deze met behulp van de kwaliteitseisen beoordeeld kunnen worden. Binnen de cursus wordt aandacht besteed aan de kwaliteitscriteria die gemeenten kunnen stellen aan bedrijven.
|